In gesprek metMeerpeen MagazineNieuws

In gesprek met Maps Karman


MIDDENMEER
– Ik ben geboren in Opperdoes aan de Nieuweweg 31, op 5 januari 1939. De eerste drie jaar van mijn leven heb ik in Opperdoes gewoond. Daarna zijn we naar de Wieringermeer verhuisd, waar mijn vader een pachtboerderij kreeg aan de Medemblikkerweg. Mijn vader en moeder begonnen hier een klein tuindersbedrijf van zo’n 8 tot 10 bunder. Intussen was de oorlog uitgebroken en door de onderwaterzetting moesten we weer vluchten voor het water. Zo kwamen we na drie jaar weer terug in Opperdoes, waar we onderdak vonden bij opa en opoe. We woonden in de schuur en sliepen boven op zolder. Een jaar nadat de oorlog voorbij was, zijn we weer teruggegaan naar de boerderij. Deze was natuurlijk totaal verwoest door het water, maar er stond een noodwoning op ons erf waar we in konden.

Het sorteren van de aardappels. Dat gebeurde af en toe met hindernissen. Als de stroom uitviel moest vader (links op de foto) handmatig de machine aan de gang houden. Rechts op de foto zien we Maps’

Er was bijna niets blijven staan en wat er nog was, was verwoest. Toch vond ik een klein likeurglaasje dat nog helemaal intact was. Daar was ik heel blij mee. Ook vond ik verschillende scherven van serviezen met prachtige motieven. Misschien is hierdoor wel mijn liefde ontstaan voor serviezen. Ik heb dan ook een uitgebreide collectie thee- en koffiepotten die iedere zomer weer buiten in de tuin staan te pronken. Na de onderwaterzetting ging ik eerst nog in Opperdoes naar school, maar toen er een noodschool in Slootdorp was gebouwd, ging ik daarheen. Mijn jeugd was sober. Mijn ouders waren druk met het opbouwen van het bedrijf en met de zorg voor ons. Zij hadden de mentaliteit van vooruitkijken en niet achteromkijken. Genegenheid geven of complimentjes uitdelen was voor hen niet gewoon; gelukkig is dat nu anders. In die tijd vond ik taal en boeken lezen heel leuk.

Ik heb nog twee jaar huishoudschool gedaan en moest daarna thuiskomen om te werken. Toen ik 16 was, kreeg ik kennis aan Adri Karman. Ik ontmoette hem bij de muziekvereniging Soli Deo Gloria, de voorloper van Creona. Het was toen niet gebruikelijk dat er meisjes bij de vereniging zaten. Samen met nog twee andere meisjes waren wij de eersten. De twee andere meisjes zijn snel weer weggegaan, maar ik bleef. Uiteindelijk ging ik althoorn spelen, omdat dit instrument het beste in het geheel paste.

Toen we 17 waren, kregen we verkering. Adri was geboren en getogen in Middenmeer. Hij stond altijd voor iedereen klaar, was technisch en kon een heleboel. We zijn op 11 oktober 1962 getrouwd in de gereformeerde kerk in Wieringerwerf. Ons eerste huis was een duplexwoning in de Prof. Lorentzstraat 2 in Middenmeer, wat wel grappig is, want nu woon ik in de Prof. Lorentzstraat 22. Met z’n tweetjes was het nog wel te doen in het kleine huisje, maar toen het gezin groter werd, zijn we verhuisd naar een nieuwbouwwoning in de Ingenieur Wortmanstraat. We woonden op nummer 54 en ik heb daar 54 jaar gewoond.

In 1981 kreeg Adri een herseninfarct. Er was een bloedprop in zijn hersenen geschoten, waardoor hij halfzijdig verlamd werd. Adri en ik waren toen nog maar 42 jaar. De eerste 23 jaar heb ik hem helemaal alleen verzorgd. Overal ging ik met hem naartoe. Gelukkig had ik in 1979 mijn rijbewijs gehaald, dus kon ik zelf alles regelen. Dit is een moeilijke tijd voor mij geweest. Ik moest alles alleen doen: de zorg voor mijn man, het huishouden draaiende houden en drie puberende kinderen opvoeden. Ik denk nog vaak aan Ciske de Rat toen hij zei: “Ik voel me zo verdomd alleen.” Zo voelde ik mij toen ook geregeld.

In 2003 ging het weer mis met Adri en toen kon ik het niet meer voor elkaar krijgen om hem thuis te verzorgen. Hij is toen naar verpleeghuis Lindendael in Hoorn gegaan. Hier heeft hij nog tien jaar gewoond en ik ging zo vaak ik kon bij hem langs. Doordat Adri invalide werd, raakte ik in contact met de Nederlandse Invalidenbond, waar ik in 1984 secretaresse werd. Ik heb heel veel vrijwilligerswerk gedaan. Zo werd ik gevraagd voor kerkenwerk, was ik diaken en scriba en ook daar secretaresse. Tussendoor heb ik nog verschillende cursussen gevolgd: Nederlands, Engels, muziek en biologie. Ik volgde een typecursus, schafte een computer aan en deed een cursus internet en e-mail. Nog steeds doe ik veel op de computer. Ook ben ik secretaris geweest van de Christelijke maatschappelijke vrouwenbeweging Passage.

In 2003 kreeg ik geheel onverwacht een koninklijke onderscheiding voor mijn vele vrijwilligerswerk. Ik zwem ook nog iedere week met een vriendin. Dit doen we al bijna 40 jaar. Gezellig samen; zij haalt mij op met de auto. Eerst deden we dat om en om, maar sinds vorig jaar rijd ik geen auto meer, dus rijdt zij. Gelukkig ben ik nog heel zelfstandig en maak ik geregeld een wandeling van een uur met een andere vriendin. Ik geniet van dat soort dingen en haal heel veel plezier uit de kleine dingen om mij heen.

Ik zeg van mezelf: ik ben sterk, maar dat is geen verdienste; dat heb ik gekregen en daar ben ik dankbaar voor. Het geloof is daarom heel belangrijk voor mij, daar haal ik veel steun uit. Ik ga daarom ook iedere zondag naar de Ontmoetingskerk hier in Middenmeer. De naam zegt het al: ook hier ontmoet ik veel mensen. Zo blijf ik verbonden met de mensen om mij heen en blijf ik bezig. Ik heb het geluk dat mijn kinderen regelmatig bij mij langskomen; dat hoor je ook weleens anders. Ook mijn enige kleinkind komt geregeld even bij oma langs. Het leven is goed.

Laat meer zien
Back to top button