Stichting OMV blijft zoeken naar antwoorden
WIERINGEN/WIERINGERMEER – Gezonken schepen, vermiste opvarenden en families die achterblijven met lege handen: het is de harde realiteit van maritieme vermissingen. Soms al tientallen jaren oud. Voor nabestaanden betekent het een leven lang onzekerheid, zonder plek om te rouwen en zonder antwoorden. Stichting Onderzoek Maritieme Vermisten (OMV) probeert daar verandering in te brengen. Wat ooit begon met de zoektocht naar één verdwenen visserskotter, is uitgegroeid tot een organisatie die zich inzet voor het opsporen van vermiste schepen én, vanaf 2026, ook van vermiste personen met voertuigen in het water.
In het bestuur van de Stichting OMV is al veel kennis en kwaliteit vertegenwoordigd. Zo is Gerrit Hakvoort ook voorzitter van de Stichting Onderwater Apparatuur Drenkeling. Met Wieringerwerver Piet Beer is er een gepensioneerde politieagent en visser aan boord. Gert Overeem is gepensioneerd coldcase-agent, Cees Meeldijk is historicus en visserman en Gert Lont is visserman en nabestaande van de WR6.
Een tragedie als beginpunt “De oorsprong van Stichting OMV ligt bij de verdwijning van de kotter WR 6 ‘Pieter Albert’, die op 11 januari 1967 niet terugkeerde van zee. Drie opvarenden kwamen daarbij om het leven. Ondanks grootschalige zoekacties werd het schip nooit teruggevonden. De exacte locatie is tot op de dag van vandaag onbekend. Het was een verlies dat diepe sporen naliet, niet alleen bij de familie van de bemanningsleden, maar ook bij anderen die met soortgelijke vermissingen te maken kregen. Stichting OMV werd opgericht met één helder doel: het vinden van vergane en vermiste schepen, zodat nabestaanden een tastbare plek krijgen voor hun rouw.” vertelt Cees Meeldijk van de Stichting OMV.
Waarom locatie ertoe doet
“Rouw bij vermissing is één van de moeilijkst te verwerken vormen van verlies. Zonder lichaam, zonder plek, blijft het verdriet abstract en onaf. De ervaring van OMV leert dat het vinden van een wrak voor nabestaanden een wereld van verschil maakt. In de afgelopen jaren wist de stichting, door intensief dossieronderzoek, historische kaartenstudie en samenwerking met ervaren duikers en vissers, de locaties van elf vissersschepen te achterhalen die met man en muis zijn vergaan. Voor de betrokken families betekende dat rust: eindelijk weten waar hun dierbaren zijn gebleven.”
Een zoektocht van oud en nieuw
De werkwijze van OMV is een unieke combinatie van traditionele bronnen en moderne technieken. Oude logboeken, weergegevens en getuigenverklaringen worden zorgvuldig geanalyseerd en gecombineerd met sonar, digitale zeekaarten en onderwateronderzoek. Toch is succes nooit vanzelfsprekend. De zoektocht naar de WR 6 leverde tot nu toe niets op, maar de stichting besloot in 2025 om ook het jaar daarop door te gaan met zoeken. Niet uit koppigheid, maar vanuit de overtuiging dat elk menselijk verlies een antwoord verdient.
“De maatschappelijke aandacht voor het werk van Stichting OMV groeide in 2025 verder. Er werd gewerkt aan een miniserie die twee zoektochten volgt: een waarin met succes een wrak werd gelokaliseerd en geïdentificeerd, en een andere waarin de onopgeloste verdwijning van de WR 6 centraal staat. De uitzendingen worden naar verwachting in de eerste helft van 2026 uitgezonden.” aldus Meeldijk.
Nieuw terrein
Vanaf 2026 breidt de stichting haar werkgebied uit. “Op basis van opgedane kennis en ervaring gaan we ons als stichting OMV ook inzetten voor langdurige vermissingen waarbij mensen met voertuig en al verdwenen. In veel van dit soort zaken bestaat het vermoeden dat de persoon in een kanaal of haven terecht is gekomen, maar ontbreekt ieder spoor. Met inzet van sonartechniek en nauwkeurige analyse van beschikbare gegevens hopen we ook hier nabestaanden helderheid te kunnen bieden.” vertelt Cees over de uitbreiding van de activiteiten.
“Wat Stichting OMV bijzonder maakt, is dat het werk draait om mensen. Families die soms al decennia lang wachten op antwoorden, krijgen door de vondst van een wrak of voertuig eindelijk iets tastbaars. En daarmee wordt hopelijk het verlies net iets draaglijker.”





