Naar welke Oom Kees is de Oom Keesweg vernoemd?
Na de Nieuw-Almersdorperweg gaan we nog eens verder met enkele namen van wegen in de Wieringermeer. Namen als de Wierweg of Medemblikkerweg spreken natuurlijk voor zich, maar wie is nu toch die Oom Kees en heeft de Zeugweg wel iets met varkens te maken? De Meerpeen heeft het voor u uitgezocht.
Een aantal wegen dankt zijn naam aan bodemvondsten. Zo lag er rond de Schervenweg een aantal kuilen waarin men veel scherven vond. De Praamweg dankt zijn naam aan een wrak dat daar onder het zand werd gevonden. Een praam is een platbodem die werd gebruikt voor de vaart op ondiepe wateren.
Veel wegen in onze polder hebben te maken met historische en geografische aanknopingspunten uit de tijd van de Zuiderzee. De Sluitgatweg bij het Robbenoordbos verwijst naar de plek waar bij de aanleg van de dijk rond de Wieringermeer het laatste gat werd gesloten. Op de plek van de Schelpenbolweg lag een zand- en schelpenbank, ook wel een bol genoemd, waar veel schelpen te vinden waren. De Zeugweg heeft te maken met zandplaten die ten oosten van Wieringen lagen: de Nieuwe Zeug en de Oude Zeug. Deze heetten zo omdat men er de vorm van een varken in zag.
Wanneer je via de Brink het dorp Wieringerwerf uitrijdt en richting het Dijkgatbos gaat, ga je over de Oom Keesweg. Waarschijnlijk denk je dan dat iemand een leuke Oom Kees had en er een weg naar hem is vernoemd. Maar er zit meer achter. Tussen de eerder genoemde zandplaten lag een geul, de Oom Keesree. Ree is een ander woord voor een afwateringsgeul en Kees zou een aanduiding voor varken zijn. Namen van andere geulen zien we terug in de Molenweg, Slootweg, Ulkeweg en het Wagenpad.
Een laatste leuke benaming is de Dolfijnweg. Deze naam verwijst naar een school bruinvissen die tijdens de drooglegging lange tijd op die plek hebben rondgezwommen en zich niet zomaar van hun plek lieten verjagen.





