En ons altijd weer boeit door Peter C. Meijer: ‘Amstelmeer’ (343)

Dinsdagavond 8 september 2026 was er in de Cultuurschuur een zeer interessante avond over de herinrichting van een deel van het Amstelmeer en over het voorkomen in de loop der jaren van waterwild. Roelf Hovinga van Noord-Hollands Landschap liet zien hoe de ontwikkeling tot stand kwam. Henk Schobben van het Heemraadschap gaf een boeiende lezing aan de hand van tellingen uit voorgaande jaren.
Zelf heb ik in de periode 1976 tot 1990 veel naar de vogels van het Amstelmeer gekeken. Aanvankelijk nam ik onze hond, Ollo, mee. Het was een Duitse Staander, een jachthond. Dat merkte je als we de dijk bij de Amstelmeerweg heel voorzichtig omhoog liepen. De eenden aan de achterkant mochten niet opvliegen door deze actie. Als Ollo snel omhoog zou lopen dan zou dat zeker gebeuren, maar instinctief drukte Ollo zijn lichaam en volgde mijn voorbeeld door heel voorzichtig naar de bovenkant van de dijk te kruipen.
Het Amstelmeer is ontstaan uit een zeearm in de jaren twintig en dertig bij de inpoldering van de Wieringermeer. Het water van dit meer is nog altijd brak en kan daardoor niet dienen als drinkwater in tijden van nood.
Er is een rond gebied gemaakt dat omsloten wordt door een damwand. Dit om ratten en vossen tegen te houden. Deze dieren gebruiken als voedsel de jonge vogels die er zouden broeden. Dat gebeurt wel op het Balgzand. Ook daar probeert men de vogels veilig te laten broeden, maar dat is toch lastiger dan in het Amstelmeer.
Vanaf de dijk langs de N9 kun je op ‘De Verzakking’ kijken. Dit is het broedbos waar bijvoorbeeld allerlei vogelsoorten broeden, waaronder de Cetti’s zanger. Het waren zeer interessante lezingen met dank aan de organisatoren van de Natuurvereniging Wierhaven. De foto komt van het Internet.





