De hete aardappelLokaal nieuwsMeerpeen MagazineNieuws

31. De Hete Aardappel – Marco Karman

Marco vertelt: Ik ben geboren en getogen op Langeweg 27 in Slootdorp. Als ik mensen uit de Wieringermeer tegenkom word ik vaak nog Marco-Pieter genoemd, maar die 2e naam is er ergens rond mijn 16e afgevallen. Ook al ben ik op mijn 17e uit de Wieringermeer weggegaan, ik blijf een polderjongen. Die roots raak je nooit helemaal kwijt.

Voor mijn HTS-studie vertrok ik naar Leeuwarden, maar kwam bijna elk weekend terug. Ook daarna, na het wonen op verschillende plekken, keerde ik nog 2 periodes terug naar de Wieringermeer. Boven Van der Kooi in Slootdorp en boven de slijterij van de Dekamarkt in Middenmeer. Ook heb ik veertien jaar bij HGG in Wieringerwerf gewerkt. En de meeste van mijn vrienden komen uit de Wieringermeer, ook al woont een deel inmiddels ook ergens anders. Je kunt dus wel stellen dat de Wieringermeer altijd een rol is blijven spelen in mijn leven. Het lokale nieuws volg ik nog en daardoor ken ik de Meerpeen en deze rubriek dus ook wel.

Nog steeds kom ik er regelmatig en vind het mooi. Het is misschien geen populaire mening, maar dat geldt ook voor de windmolens en datacenters. De Wieringermeer is altijd een plek van vooruitgang en verandering geweest. Dat pionieren zit in de geschiedenis. De komst van nieuwe mensen, net als in de jaren ’30, is daar ook onderdeel van. Nu zijn het anderen die misschien een andere taal spreken, net zoals mijn oma die haar hele leven zo plat Zeeuws praatte dat ze zeker niet door iedereen te verstaan was.

Inmiddels woon ik 20 jaar in Haarlem. Heb een dochter Sarah(18) en een zoon Roemer (16). Ik heb een LAT-relatie met Sandra met wie ik nu 10 jaar samen ben. Zij heeft ook een dochter en zoon van 18 en 15, Guusje en Gijs. We pendelen tussen Haarlem en Amstelveen zolang onze kinderen nog thuis wonen.

Mijn familie is al ruim 90 jaar in de Wieringermeer. Mijn opa en oma Karman kwamen als pioniers naar de Wieringermeer in de jaren ’30, vanuit Colijnsplaat in Zeeland. Mijn oma, Pie de Wit, verhuisde met haar ouders naar de net drooggelegde polder. Mijn opa, Cees Karman, was blijkbaar een echte “gelukzoeker”. Hij ging naar de Wieringermeer uit verliefdheid, mijn oma achterna. Romantischer kan toch niet? Dat romantische gen is volgens mij ergens onderweg in de familie zoekgeraakt.

Mijn vader, Piet, werd in 1946 geboren in Bergen, omdat de familie Karman toen geëvacueerd was vanwege de onderwaterzetting van de Wieringermeer. Zodra de polder weer droog was, keerden ze terug en gingen wonen aan de Havenstraat in Middenmeer.

Mijn opa en oma Nouwen, Cees Nouwen en Jo Lindthout, kwamen ook in de jaren ’30 naar de polder. Mijn opa kwam uit Kruisland in Noord-Brabant en mijn oma uit Tholen in Zeeland. Zij gingen in Slootdorp wonen, waar mijn moeder Corry geboren is aan de Brink. Bij mijn oma ging ik heel veel langs. Het was heel lang een vast ritueel om samen bij haar voetbal op televisie te kijken.

Mijn jeugd in de Wieringermeer was fantastisch, voor een groot deel dankzij mijn ouders die me de ruimte gaven om dingen te ontdekken. Ze waren er als het nodig was, maar lieten me tegelijkertijd vrij. Die combinatie van vrijheid en steun heeft ervoor gezorgd dat ik veel heb kunnen meemaken. Daar ben ik ze nog steeds erg dankbaar voor.

Met mijn broer Andre-Paul en zus Annemarie (mijn vader was het streepje vergeten door te geven bij de burgerlijke stand) woonden we aan de Langeweg en later aan de Wilhelminaweg. Verstoppertje, hutten bouwen en op oude fietsjes crossen op het achterpad/singel bij de Langeweg, voetbal op het “pleintje” of op het veld van CSVW. Daar voetbalde ikzelf ook. Toen het nieuwe voetbalveld bij de Belboei geopend werd, mocht ik de allereerste aftrap verrichten.

Na mijn eerste schoolervaring op de peuterspeelplaats Het Weerhuisje, midden in het dorp, ging ik naar De Zevensprong bij juffrouw Anneke Lont in de klas. Ik kan mij vooral de “grote stoel” nog herinneren waar je op mocht zitten/klimmen als je jarig was. Na de kleuterschool ging ik naar De Zaaier. Dat was een leuke tijd.

Op Wiringherlant heb ik daarna een prima tijd gehad, maar mijn herinneringen heb ik toch vooral aan het uitgaan dat in die tijd begon. Eerst in de Slurp, dat was een soort jeugdhonk bij de kerk, dansles in Kreileroord en daarna de Mariannebar, De Oude Beurs, Detrabar, schuurfeesten, Carnaval, Krieken, Kermissen, Schagen en ook nog een lange tijd naar The Frog in Wognum. Overal moest ik bij zijn. Het chronisch geldgebrek door al dat stappen was een goede motivatie om ieder vrij uurtje te werken.

Ik heb o.a. een aantal jaar op zaterdag gewerkt bij Jaap Groenenboom. Een bijzondere kerel met veel humor. Op mijn eerste werkdag kreeg ik als klus van Jaap om zijn brommer te poetsen. Wat een stomme klus dacht ik, maar je gaat niet meteen lopen zeuren. Wat ik niet wist, was dat mijn vader een tweedehands brommertje had gekocht voor mijn verjaardag en die bij Jaap had gestald. Dus een paar weken later kwam ik er op mijn verjaardag achter dat ik als eerste klus mijn eigen brommer had staan poetsen.

Mijn meeste vakantiewerk deed ik bij de Grannemannen, voornamelijk in de ijsbergsla. Vanaf mijn veertiende tot zeker mijn twintigste heb ik daar gewerkt. Hard werken maar vooral leuk en gezellig. Iedere dag viel er wel iets te vieren en dat deden we dan ook. Met een hele groep vrienden die daar werkte ben ik jarenlang iedere zomer naar Terschelling op vakantie geweest.

Na de HTS heb ik eerst kort bij mijn vader gewerkt (geen goed idee haha) en 10 jaar bij Randstad. In die periode heb ik lang in Alkmaar gewoond. Eerst met met Jeroen Zandstra en Iman Biesheuvel en daarna met Marco Bandringa. Voor alle herinneringen met Marco heb je een speciale editie van de Meerpeen nodig. We hebben het nog regelmatig over hem. Marco trouwde en overleed in Californië. Voor zijn bruiloft hadden we met zijn vrienden een vliegticket geregeld voor een vrijgezellenfeest in Nederland. In typische Marco-stijl miste hij zijn vlucht en was er niet bij. Na zijn overlijden werd hij in Amerika begraven en er was hier in Nederland een herdenkingsbijeenkomst. Zo ontstond de grap: Marco kwam niet opdagen op zijn eigen vrijgezellenfeest en zelfs niet op zijn eigen begrafenis. Daar zou hij zelf het hardste om gelachen hebben.

Na Randstad werd ik verkoopmanager bij HGG, een geweldige plek waar ik commercie met mijn liefde voor techniek kon combineren. Daarnaast kreeg ik volop de kans om te reizen, iets wat ik altijd al graag deed. Na een paar jaar bood Pieter Glijnis me de kans om directeur van één van de BV’s te worden en samen met drie andere directeuren mede-eigenaar. Met een fantastisch team werkten we aan de groei van het bedrijf.

Hoewel het deels mijn eigen bedrijf was, werd het bedrijf zo groot dat ik me er minder vrij en thuis begon te voelen. Dat bracht me uiteindelijk tot het besluit om iets anders te gaan doen. Ik kom er nog af en toe en spreek nog steeds veel mensen van HGG. Het is geweldig om te zien hoe het bedrijf blijft groeien en een belangrijke werkgever in de regio is.

Vervolgens heb ik een bedrijf gehad waarin ik alleen werkte. Ik kocht woningen, knapte ze op en verkocht ze weer. Dat was iets wat ik altijd al in mijn hoofd had. Ik kreeg dat van huis uit mee en had ook al drie keer mijn eigen huis verbouwd.

De hete aardappel kreeg ik doorgeschoven van Manuel Burger, een bekende uit mijn jeugd in Slootdorp. Pas toen we jaren later in Heemstede en Haarlem woonden, werden we echt vrienden. We kregen het erover om samen een bedrijf te starten. Dat werd Splinter Bikes. We maken handgemaakte houten e-bikes. Een paar maanden geleden hebben we de fiets officieel in de markt gezet en komend jaar willen we dat verder uitbouwen. Wat ik vooral geweldig vind, is dat we helemaal vanaf nul zijn begonnen en nu samen iets opbouwen.

Ik geef deze Hete Aardappel door aan Iman Biesheuvel.

Deze slideshow vereist JavaScript.

 

Laat meer zien
Back to top button