Nieuws

42 Gea Beemsterboer

Gea 4 jaar oud (1969)

Geboren en getogen in Slootdorp, opgegroeid in een groot gezin en nog altijd nauw verbonden met de Wieringermeer. Gea Beemsterboer vertelt over een jeugd vol buitenspelen, haar gezin, de liefde voor carnaval en geschiedenis en het plezier dat ze haalt uit vrijwilligerswerk. Bovenal is het een verhaal over betrokkenheid, saamhorigheid en altijd blijven kijken naar de mooie kanten van het leven.

Ik ben geboren op 4 juni 1965 aan de Langeweg in Slootdorp. Ik was de jongste in een gezin met vier broers en twee zussen. Mijn vader kwam al in augustus 1932 met zijn ouders naar de Wieringermeer en mijn moeder volgde in 1946. We waren met een groot gezin en daardoor was er altijd leven in huis. Er was altijd wel iemand over de vloer en we hadden veel contacten in het dorp.

Toen ik nog maar een jaar oud was, verhuisden we naar de Finkesieperstraat. Het huis aan de Langeweg was simpelweg te klein geworden voor tien personen. Bij ons woonde ook een tante in huis, een zus van mijn moeder. Zij voelde voor ons als een tweede moeder. Ze hoorde echt bij
ons gezin en hielp mee met de zorg voor ons allemaal. Ze is nooit
getrouwd geweest, maar voor ons was ze een onmisbare schakel in het gezin.

Als ik aan mijn jeugd terugdenk, denk ik vooral aan buiten spelen. We speelden stoepranden, tennis op straat en verzonnen altijd wel iets. We hadden niet veel nodig om ons te vermaken. Dat was een mooie, onbezorgde tijd.

‘Op schoolkamp met de Ariënsmavo’

Aan mijn kleuterschooltijd bewaar ik warme herinneringen. Vooral juf Annemarie is voor mij heel belangrijk geweest. Daarna ging ik naar de Pius X in Slootdorp. Daar heb ik fijne leraren gehad, onder wie Ad van Oers. Ook herinner ik me zuster Mathilde en zuster Fausta nog goed. Bijzonder is dat ik zuster Fausta later, toen zij in de pastorie woonde, zelf nog heb mogen verzorgen. Dat voelde toch wel heel speciaal.

Na de lagere school ging ik naar de Ariënsmavo in Middenmeer. Iedere dag fietste ik door weer en wind naar school. Dat hoorde er gewoon bij. Het was een prachtige tijd. We gingen ieder jaar met de hele school op de fiets op kamp. Naar Texel, Rijs of Vierhouten; soms ging een deel van de reis met de boot. Als ik eraan terugdenk, denk ik vooral: wat kon er toen veel.

Na de mavo heb ik nog een jaar op De Skavel in Schagen gezeten, een lavo, waarna ik de opleiding Detailhandel/Kantoor in Heerhugowaard volgde.

Toen ik negentien was, ging ik samenwonen met Jos Beemsterboer. We kregen een huis aan de overkant van mijn ouderlijk huis. Dichterbij kon eigenlijk niet. De Finkesieperstraat was een hechte straat waar iedereen elkaar kende en voor elkaar klaarstond.

Begin jaren tachtig was het niet makkelijk om werk te vinden, daarom ging ik in de confectie werken. Toen ik tweeëntwintig was, trouwden Jos en ik. Onze oudste twee kinderen werden in Slootdorp geboren. Daarna bleef ik thuis om voor de kinderen te zorgen. Zo kon ik ook veel helpen op school en op de sportschool. Stilzitten is nooit echt mijn hobby geweest.

Later verhuisden we naar de Schouw in Wieringerwerf, waar onze jongste dochter werd geboren. We woonden er 27 jaar met veel plezier en hebben nog steeds goed contact met de oude buurt. Ook onze kinderen zien hun vroegere buurtgenoten nog regelmatig.

In die periode was Jos veel van huis vanwege zijn werk. Officieel is hij installation & commissioning engineer, maar wij zeggen gewoon dat hij monteur is. Hij werkt aan machines van grote internationale bedrijven en is daardoor veel onderweg geweest. Toen mijn broer Rien de diagnose ALS kreeg, werd ik zijn mantelzorger. Dat was intensief, maar ook heel waardevol.

Toen onze jongste dochter naar het Wiringherlant ging, ben ik weer gaan werken in de thuiszorg. Dat heb ik vijf jaar met plezier gedaan, totdat mijn gezondheid het niet langer toeliet. Daarna verhuisden we naar de Werfstraat, naar het huis van mijn schoonouders. Ook daar wonen we met veel plezier en hebben we fijn
contact met de buren.

‘Broer Rien Deijkers (Prins Ornitho VI – 1980) en Gea als dansmarieke (tweede van rechts)’

Ik ben graag bezig. Zwemmen en knutselen zijn grote hobby’s, vooral rond carnaval, wanneer ik mijn eigen outfits maak. Mijn broer Rien heeft mij ooit aangestoken met het carnavalsvirus toen hij prins carnaval was en mij vroeg als dansmarieke. Sindsdien ben ik actief bij De Meerkoetelaars, waar veel mensen mij kennen als tante G.H.B., oftewel Gea B.

Geschiedenis heeft altijd mijn interesse gehad. Daarom ben ik twee jaar geleden vrijwilliger geworden bij het Historisch Genootschap Wieringermeer. In de archiefgroep help ik met het uitzoeken van boeken en documenten en beantwoorden we vragen van bezoekers. Het is prachtig om te zien hoeveel vrijwilligers zich daar achter de schermen inzetten.

Daarnaast ben ik graag buiten. Toen Meerpeen Magazine bezorgers zocht, heb ik me meteen aangemeld. De Koetelkrant bezorgde ik al, dus dat sloot mooi aan. Meestal loop ik de wijk samen met Mary. Als ik terugkijk op mijn leven tot nu toe, zie ik vooral hoeveel mooie mensen ik heb ontmoet en hoeveel bijzondere momenten ik heb mogen meemaken. Natuurlijk kent ieder leven moeilijke periodes, maar ik probeer altijd positief te blijven en vooral de mooie dingen te blijven zien.

Laat meer zien

Gerelateerde artikelen

Back to top button