Nieuws

Twee minuten stilte…

Op 4 mei stond ik met Loes in de keuken. We hadden een drukke dag achter de rug, dus het avondeten was aan de late kant. Op de achtergrond stond de televisie zachtjes aan: de uitzending van de Nationale Dodenherdenking. Uiteraard hielden we om 20.00 uur twee minuten stilte. Zelfs Banjer leek het te begrijpen; hij keek me aan, ging zitten en besloot dat blaffen nu even niet gepast was.

“Denk je dat mensen nog echt begrijpen waarom we dit doen?” vroeg Loes, terwijl ze, na het Wilhelmus, met
een vork in de pan prikte alsof daar ergens tussen de aardappelen het antwoord verstopt zat. Ik haalde mijn
schouders op. Niet omdat ik het niet belangrijk vind, integendeel, maar omdat het een vraag is die elk jaar
terugkomt.

Want herdenken is een vreemd fenomeen. We staan stil bij iets wat we niet willen herhalen, terwijl de wereld om
ons heen zich gedraagt alsof het een suggestie is in plaats van een waarschuwing. Terwijl wij hier twee minuten
zwijgen, vliegen elders de drones, worden grenzen verschoven en lijken leiders elkaar te overtroeven in wie
het hardst kan roepen dat vrede vooral iets voor later is.

In een eerdere column schreef ik al dat gevoel belangrijker is dan cijfers. En misschien geldt dat nog wel het meest bij herdenken. Het gaat niet om protocollen die tot in de puntjes kloppen, een perfect gelegde krans of keurig gemaaid gras rond het monument. Het gaat om dat ene moment waarop je even stilstaat en beseft: dit is niet vanzelfsprekend.

Tijdens de stilte dacht ik aan de woorden van mijn oma. Zij zei altijd: “Vrijheid merk je pas als het er niet meer is.”
Dat is zo’n zin die je als jonge jongen naast je neerlegt, ergens tussen “Eet je bord leeg” en “Zet die radio zachter”. Maar naarmate de jaren verstrijken en je ziet wat er in de wereld gebeurt, krijgt zo’n zin gewicht. Elk
levensjaar iets meer gewicht.

“Het blijft bijzonder,” zei Loes terwijl ze ging zitten. “Twee minuten stilte, en daarna  gewoon weer door.” Ik knikte. Misschien is dat ook precies de bedoeling: dat we doorgaan, maar wel met de wetenschap waarom die stilte er was.

Later die avond lag Banjer met zijn kop op mijn voeten, zoals hij dat altijd doet. Tevreden, veilig, onwetend van
alles wat zich buiten onze huiskamer afspeelt. Ik keek naar hem en dacht: misschien is dat wel waar we het uiteindelijk voor doen. Dat hij hier gewoon kan liggen, zonder sirenes, zonder angst. En dat wij, ondanks alles,
nog steeds de luxe hebben om stil te staan. Al is het maar twee minuten.

Laat meer zien

Gerelateerde artikelen

Back to top button