Kattenkruid

Kattenkruid, officieel Nepeta genoemd, behoort tot de familie van de lipbloemigen. Tot dezelfde plantenfamilie behoren ook bekende soorten als salie, munt en lavendel. Wereldwijd zijn er meer dan 250 soorten kattenkruid bekend.
In tuinen en plantsoenen worden vooral grijs kattenkruid (Nepeta faassenii) en blauw kattenkruid (Nepeta racemosa) toegepast. Deze vaste planten zijn goed bestand tegen droge omstandigheden en bloeien van juni tot en met augustus met talrijke blauwe tot paarse bloemetjes. Zoals de naam al doet vermoeden, zijn veel katten dol op de geur van bepaalde soorten kattenkruid. Vooral wild kattenkruid (Nepeta cataria), beter bekend als catnip, staat hierom bekend. Niet alleen katten voelen zich aangetrokken tot de plant. Ook bijen, hommels en vlinders weten de bloemen goed te vinden. Muggen daarentegen blijven juist liever uit de buurt van de geur die kattenkruid verspreidt.
De plant groeit het liefst op een zonnige plek met goed doorlatende, niet al te vochtige grond. Omdat kattenkruid relatief laag blijft, wordt het vaak aan de voorkant van borders geplant. Ook in potten doet de plant het uitstekend. Qua onderhoud is kattenkruid een gemakkelijke plant. Na de bloei wordt aangeraden de plant terug te snoeien om deze compact en gezond te houden. Dat gebeurt op vergelijkbare wijze als bij lavendel. Met de keuze voor kattenkruid voegen de bloemperken in Wieringerwerf niet alleen extra kleur toe aan het straatbeeld, maar leveren ze ook een bijdrage aan de biodiversiteit in het dorp.
Wie de afgelopen weken door het centrum van Wieringerwerf is gelopen, heeft ze waarschijnlijk al zien bloeien: de paarse bloemen van het kattenkruid. Deze plant, die op verschillende plekken in de openbare plantsoenen is aangebracht, zorgt niet alleen voor kleur, maar trekt ook volop bijen, hommels en vlinders aan.




